Your browser does not support JavaScript!
Louis van Velzen

Louis van Velzen

Louis van Velzen is op 17 augustus 1935 geboren in Amsterdam als oudste zoon van Emanuel van Velzen en Duifje Wurms. In april 1939 wordt zijn broer Abraham geboren.

 

Als Emanuel in 1942 een oproep krijgt om zich in doorgangskamp Westerbork te melden, besluit hij te gaan, in de hoop zo zijn gezin te redden. Toch besluit Duifje dat het veiliger is om onder te duiken: zij en Abraham blijven bij elkaar, Louis duikt alleen onder. Hij is dan 7 jaar, maar er wordt hem niets uitgelegd.

VelzenvanLouis2-fit

Louis

emanuel-fit

Louis

Onderduiken – een zwerftocht

Louis wordt ondergebracht bij mensen op de Nieuwe Prinsengracht in Amsterdam. Hij heeft het hier slecht omdat hij vieze klusjes moet doen en in de kolenkelder wordt gestopt waar de ratten zijn. Als zijn broertje komt, vluchten ze samen naar een nicht. Maar hij wordt teruggehaald en voor straf mag hij geen lange broek meer aan zodat hij in de winter niet kan vluchten. Dan wordt Louis telkens weer verplaatst: eerst naar een ander adres in Amsterdam, vervolgens naar Enschede, dan naar Hengelo, daarop volgt Dordrecht. In Den Bosch verblijft Louis op twee adressen. Daarna wordt hij naar Tilburg gebracht. Ook hier verblijft hij op twee adressen. Eerst bij een ouder echtpaar, vervolgens bij een gezin met twee kinderen. Hier heeft Louis het naar zijn zin. Op zondag gaat hij mee wandelen en hij speelt `kerkje' op zolder met de kinderen van het gezin.

Dan moet hij naar Turnhout in België waar hij het goed naar zijn zin heeft in een gezin met drie dochters en twee zonen. Hoewel hij niet naar school kan, mag hij wel buiten spelen, mee naar de kerk en voelt hij zich een deel van het gezin. Louis ontdekt dat hij besneden is volgens de Joodse traditie en dus anders is en probeert dit zelf te verhelpen met draad. Hierdoor wordt hij ernstig ziek en belandt hij voor een half jaar in het ziekenhuis. Daarna komt hij weer in Tilburg terecht, zijn laatste onderduikadres. Een zwerftocht van twee jaar langs elf adressen komt ten einde.

Tilburg

Louis komt in een gezin met acht kinderen terecht. Hij gaat naar de katholieke fraterschool en leert te knielen op straat als een pater met het Heilig Sacrament langsloopt. In huis is er een schuilplaats voor Louis gemaakt: halverwege de trap is een luik waar hij zich kan verstoppen in geval van acuut gevaar. In Tilburg maakt Louis in oktober 1944 de bevrijding mee. Zijn pleegouders vertellen hem dat zij zijn echte ouders niet zijn, maar dat zij hopen dat Louis bij hen kan blijven.

duifje-FIT

Duifje, moeder van Louis

louisvolw-fit

Louis

Na de oorlog

In 1946 komen Louis' oom en zijn broertje Abraham hem onaangekondigd ophalen. Tijd voor afscheid is er nauwelijks. Louis wordt ondergebracht bij de mensen van zijn eerste onderduikadres. Hij heeft daar een heel nare tijd. Hij wordt uitgescholden, moet het huis schoonhouden en wordt gebruikt als loopjongen. Toch voelt hij zich verplicht naar deze mensen, ze hadden hem immers gered en opgenomen. Pas in 1947 hoort Louis dat zijn ouders niet meer leven.

 

In 1950, Louis is dan 15 jaar, houdt hij het niet meer vol en vraagt hij om hulp bij een stichting die hulp biedt aan oorlogsweeskinderen. Hij wil naar het Joods Jongensweeshuis in Amsterdam. Dat lukt en daar beleeft Louis fijne jaren en komen voor het eerst zijn emoties los.

Sobibor

Louis heeft voor zijn ouders een steen laten leggen in de herdenkingslaan in vernietigingskamp Sobibor, het kamp waar op 21 mei 1943 zijn ouders zijn vergast. Van 2009 tot 2011 is Louis mede-aanklager in het proces tegen John Demjanjuk, bewaker van het kamp Sobibor,

gedenksteen-fit

Gedenksteen